Geluidsopnames

Gelukkig nemen het aantal procedures in onze praktijk aanzienlijk af. Veel vaker kiezen ouders ervoor om via mediation de gevolgen van de scheiding te regelen. Helaas komt het soms toch nog voor dat er geprocedeerd wordt om een verdeling van de zorg- en opvoedingstaken na de scheiding (lees: een omgangsregeling) of het ouderlijk gezag en dan komt het ook wel eens voor dat één van de ouders vraagt of ik als advocaat een geluidsopname wil overleggen in een procedure.
Ik probeer dan meestal rustig uit te leggen dat de rechtbank geen acht zal slaan op dergelijke opnames en hier in de meeste gevallen niet achter zal staan en het eerder een negatief effect zal hebben (niet alleen op de procedure zelf) maar in het bijzonder op de onderlinge verhouding van ouders.
Op 8 augustus jl. heeft het Gerechtshof in Den Haag zich hier zeer duidelijk over uitgelaten en in hun beschikking (ECLI:NL:GHDA:2022:1473) het volgende over gezegd:
Het voorzien van een minderjarig kind van opnameapparatuur en het daarmee heimelijk opnemen van gesprekken tussen deze minderjarige en de andere ouder is niet alleen in strijd met de wet, maar vormt ook een grove inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van de minderjarige en de ouder en op het recht op respect voor hun familie- en gezinsleven. Door het maken van opnames is, zoals ook aangegeven ter zitting, het vertrouwen van de vader dat hij vrijelijk contact kan hebben met zijn zoon zodanig geschonden dat dit voor de toekomst in de weg staat aan een ontspannen en vrije omgang tussen beiden. De moeder heeft hiermee in strijd met de belangen van de vader en (minderjarige) gehandeld. Ook tast het heimelijk opnemen in ernstige mate het vertrouwen van de vader in de moeder aan en leidt het tot onderling spanningen tussen de ouders. Dit kan in zijn algemeenheid, maar zeer zeker ook in deze zaak, een negatieve weerslag hebben op de minderjarige en op de mate waarin hij onbelast contact met de andere ouder kan hebben. De moeder heeft de op haar rustende verplichting om de banden van (minderjarige) met de vader te bevorderen, veronachtzaamd. Het heimelijk maken en vervolgens in het geding brengen van een geluidsopname van een gesprek tussen de vader en (minderjarige) levert een zodanige schending van hun belangen op, dat het belang van waarheidsvinding daarvoor geen rechtvaardiging vormt en daar niet tegenop weegt. Het hof acht deze gang van zaken zeer kwalijk en benadrukt dat het maken en in het geding brengen van dergelijke geluidopnames onrechtmatig en ontoelaatbaar is.
Waarvan akte!
https://www.split-online.nl/kennisbank/uitspraken/50686?token=adc55e8b09c926304673a8f54fb2e6a0